KVNRO - ledengedeelte website
Post RO 24: ‘Wil om te winnen’

Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is de geopolitieke werkelijkheid onontkoombaar duidelijk geworden. Artikel 1 van het NAVO-verdrag – dat de basis vormt voor collectieve verdediging – krijgt een nieuwe, concrete lading: een gewapend conflict met Rusland is geen abstract scenario meer, maar een reële mogelijkheid. Die realiteit heeft ook ingrijpende gevolgen voor de Nederlandse krijgsmacht. De dreiging van een mogelijke confrontatie met Rusland dwingt de Nederlandse krijgsmacht tot grotere scherpte, wendbaarheid en veerkracht. Voor de Nederlandse militair betekent dit een hernieuwde focus op mentale paraatheid, onderlinge verbondenheid en een scherp besef van het waarom. Paraat staan is allang niet meer genoeg. Het draait om gevechtsgereedheid in de volle breedte: fysiek, mentaal en moreel. Scherpte, wendbaarheid en veerkracht zijn de bouwstenen van die gereedheid.
Wie inzet verwacht, moet altijd klaarstaan — met een winnaarsmentaliteit, een stevige vakbekwaamheid en de wil om het verschil te maken. In een tijd van mondiale spanningen vraagt dat om een hernieuwde focus: op mentale weerbaarheid, onderlinge verbondenheid en een glashelder besef van het waarom. Dáár ligt de kern van veiligheid, thuis én over de grens. Generaal Clausewitz benoemde het al in de 19e eeuw: moreel is vaak belangrijker dan aantallen of wapens. Gevechtsbereidheid begint tussen de oren – in overtuiging, verbondenheid en de wil om te vechten voor iets groters dan jezelf. En die les is vandaag actueler dan ooit. Deze mentale paraatheid of gevechtsbereidheid begint in het hoofd, wordt gevormd in training en bewezen in de praktijk – als het er écht op aankomt. In dit artikel verdiepen we ons in wat gevechtsbereidheid in de praktijk betekent, met bijzondere aandacht voor een cruciale factor: geestkracht, oftewel de wil om te winnen.
DE WIL OM TE WINNEN
Gevechtsbereidheid als Beslissende Factor Zoals al eerder genoemd: generaal Carl von Clausewitz sprak er in de 19e eeuw al over, maar zijn woorden weerklinken vandaag de dag krachtiger dan ooit – vooral vanuit Oekraïne. Deze oorlog laat zien dat het vooral de mentaliteit, de gevechtsbereidheid, de overtuiging en het adaptieve leiderschap zijn die het verloop van moderne gevechten bepalen. De oorlog in Oekraïne laat duidelijk zien dat het niet de hightech wapens of het numerieke overwicht zijn die het verschil maken, maar juist de mentale paraatheid.
Sinds 2022 vecht het Oekraïense leger in een omgeving van voortdurende dreiging, asymmetrische gevaren en beperkte mogelijkheden tot rotatie. Toch blijven veel eenheden opereren met indrukwekkende discipline en creativiteit. Dit is niet alleen het resultaat van training, maar vooral van een diepgeworteld besef van urgentie en de wil om te winnen. Die ‘wil om te winnen’ functioneert als een krachtige force multiplier in het gevecht. Of het nu een peloton is dat ondanks verliezen blijft doorvechten, of een groep die improviserend standhoudt ondanks een tactisch nadeel – dát is wat echte operationele gevechtswaarde bepaalt.
Het bewijst dat niet altijd de grootste legers zegevieren, maar juist die met de sterkste vastberadenheid.
“De kracht van onze krijgsmacht schuilt niet alleen in wapens en technologie, maar in de toewijding en veerkracht van elke militair.”
Generaal Onno Eichelsheim, Commandant der Strijdkrachten.
Wat opvalt aan het Oekraïense verzet is de nauwe verwevenheid tussen samenleving en leger. Vrijwilligers, reservisten en burgers dragen allemaal bij. Die verbondenheid versterkt de legitimiteit van het militaire optreden. Gevechtsbereidheid is niet alleen een taak van de krijgsmacht, maar een verantwoordelijkheid van de hele, weerbare samenleving. De oorlog in Oekraïne houdt Europa een spiegel voor. Technologie, drones en moderne communicatie
zijn onmisbaar – maar uiteindelijk draait oorlog om mensen. De Oekraïners vechten omdat ze geloven in hun zaak. Het is precies deze mentaliteit die hen sterk maakt, en tegelijkertijd een mogelijke kwetsbaarheid aan onze kant blootlegt.
When soldiers trust their commanders, and people trust their army ;
it makes our country undefeatable.”
Oleksii Reznikov, voormalig minister van Defensie Oekraïne.
WAT IS GEVECHTSBEREIDHEID?
Gevechtsbereidheid gaat verder dan alleen fysieke paraatheid of voldoende materieel.
Het is een samenspel van mentale veerkracht, discipline, onderling vertrouwen en het geloof in het belang van de missie. Het betekent weten waar je voor vecht – en daar, zelfs onder de zwaarste omstandigheden, onwankelbaar aan vasthouden. In Oekraïne wordt dit elke dag op brute wijze op de proef gesteld. Sinds de Russische inval in 2022 heeft het Oekraïense leger niet alleen een groot deel van zijn wapens uit het Westen ontvangen, maar put het ook kracht uit iets wat geen bondgenoot kan leveren: diepe morele overtuiging.
De Oekraïners vechten voor hun voortbestaan, hun gezinnen, hun dorpen en steden. Dat maakt hun gevechtsbereidheid wezenlijk anders dan die van een beroepsleger dat wordt ingezet voor een (vredes) missie ver van huis. Ze staan met de rug tegen de muur – en kiezen er keer op keer voor om niet te wijken.
Gevechtsbereidheid komt niet vanzelf. Die ontstaat niet alleen op het oefenterrein, maar vooral in de vorming van militairen – als individu én als team. Mentale weerbaarheid, kameraadschap en vertrouwen in de leiding zijn geen meetbare grootheden, maar maken in conflict juist het verschil. Dat vraagt om meer dan training: het vraagt om open gesprekken over morele dilemma’s, persoonlijke grenzen, angst en veerkracht.
Gevechtsbereidheid: geen containerbegrip Binnen doctrines spreken we over combat readiness en operational effectiveness. Vaak blijven dat papieren begrippen. De oorlog in Oekraïne laat zien wat ze écht betekenen: het vermogen om onder vuur te blijven functioneren, initiatief te behouden, en als eenheid effectief te blijven vechten ondanks verliezen, uitputting en chaos. Gevechtsbereidheid betekent: mentaal weerbaar blijven onder langdurige druk, opereren in eenheid met vertrouwen in de leiding, beschikken over kennis van het gevecht én het vermogen om je aan te passen, en bovenal een diep ingeprente zingeving – weten waarvoor je het doet. Het vermogen om je aan te passen aan het gevecht komt goed naar voren in een scherpe uitspraak van een Oekraïense militair, die
stelde “If I had only done what Western militaries taught me, I’d be dead."
Met die uitspraak doelde hij op standaardmethoden zoals het ‘zuiveren’ van loopgraven – procedures die in de praktijk, zo stelde hij, levensgevaarlijk bleken. Zijn ervaring benadrukt een bredere les: In het gevecht blijkt praktijkervaring, gevechtsbereidheid, situationeel inzicht, de wil om te winnen en improvisatievermogen vaak waardevoller dan het strikt naleven van standaard (NAVO)-procedures.
“Wie niet bereid is te vechten voor zijn bestaan, verliest alles”
Kolonel-generaal Oleksandr Syrskyi,
Oekraïense opperbevelhebber.
WAT MAAKT EEN MILITAIR GEVECHTSBEREID?
In moderne conflicten, zoals dat in Oekraïne, blijkt keer op keer: de militair die mentaal en moreel stevig staat, houdt stand – ook als alles om hem heen in beweging
In Oekraïne blijkt dagelijks dat militairen met morele overtuiging, tactisch inzicht, wederzijds vertrouwen en sterke eenheids cohesie tot het uiterste gaan – en daarin het verschil maken. Gevechtsbereidheid is dus geen optelsom van vaardigheden, maar een staat van zijn. Het is de optelsom van opleiding, leiderschap, ervaring, verbondenheid en overtuiging – samengebracht in één houding: de wil om te winnen. Juist dát maakt het verschil wanneer het écht op aankomt.
SLOTBESCHOUWING:
Het gevecht begint in het hoofd De wil om te winnen is geen abstract of moreel vaag begrip – het is een krachtige force multiplier in het gevecht en de motor van operationele slagkracht. En dat is precies wat wij als krijgsmacht—moeten cultiveren. Gevechtsvoorbereiding is daarom meer dan alleen fysiek oefenen of schieten op de baan. Het is een geïntegreerde aanpak waarin lichaam, geest, vakkennis en kameraadschap samenkomen. De wil om te winnen ontstaat pas écht wanneer deze pijlers worden verbonden door sterk leiderschap en collectieve overtuiging – precies zoals we dat dagelijks terugzien aan het front in Oekraïne. Die oorlog laat zien: technologie en materieel zijn noodzakelijk, maar niet doorslaggevend. Het verschil wordt gemaakt door mensen – militairen die weten waarvoor ze strijden, die trouw zijn aan elkaar, en die hun leiders vertrouwen, zelfs onder het zwaarste vuur.
Voor ons betekent dat: niet alleen trainen op vuurkracht, maar ook op vechtkracht.
De mentale kracht.
De morele ruggengraat.
De menselijke factor die uiteindelijk het verschil maakt in het gevecht.
(FW)