KVNRO - ledengedeelte website

0
0
0

08:38 17:02

Post RO 25: HET DIGITALE SLAGVELD

Infanterie-eenheden vormen de kern van veel militaire operaties in conventionele domeinen.

Waar vroeger het gevecht primair werd bepaald door vuur en manoeuvre, wordt de moderne militair geconfronteerd met een extra dimensie: het informatiedomein.

Cyberaanvallen, doelgerichte desinformatiecampagnes en het verstoren van communicatienetwerken zijn inmiddels onlosmakelijk onderdeel van elke crisis of operatie en kunnen een missie maken of breken.

post-ro-25-foto

HET DIGITALE SLAGVELD WANNEER CYBERAANVALLEN HET SLAGVELD VERANDEREN

Voor de Koninklijke Landmacht betekent dit dat ook de infanterie de ruggengraat van de landstrijdkrachten (maar ook overige militairen) moet leren vechten én denken in een omgeving

waar bits en bytes even cruciaal zijn als kogels en granaten.

Nu het informatiedomein een cruciaal onderdeel van moderne operaties is geworden, is het de vraag hoe de infanterie hierin opereert.

Dit artikel onderzoekt hoe de infanterie kan functioneren binnen het informatiedomein en welke implicaties dit heeft voor haar operationele inzet en hoe social media-activiteiten een operationeel risico kan vormen.

 

Infanterie in het digitale tijdperk

Zelfs in traditionele grondoperaties speelt cyberwarfare een steeds grotere rol in hoe de infanterie opereert. Militairen maken tegenwoordig intensief gebruik van elektronische systemen zoals drones, sensoren, GPS en datalinks. Deze technologische afhankelijkheid betekent dat digitale dreigingen een direct effect kunnen hebben op tactische operaties.

Cyberaanvallen kunnen communicatie- en command & control-systemen verstoren, waardoor eenheden tijdelijk “blind” of “doof” worden en opdrachten niet tijdig ontvangen.

Tegelijkertijd kunnen digitale hulpmiddelen juist een voordeel bieden: vijandelijke netwerken saboteren, informatie misleiden of tactische data versneld verwerken.

Cyberteams werken daarom nauw samen met infanterie om operaties veiliger en effectiever te maken.

De hedendaagse infanterist opereert op het snijvlak van gevechtskracht en digitale weerbaarheid. Training in zowel klassieke militaire vaardigheden als cyber- en informatiecompetenties is onmisbaar om effectief en veilig te kunnen handelen in het complexe landschap van moderne conflicten.

Digitale weerbaarheid wordt daarmee een kerncompetentie, net zoals fysieke fitheid en schietvaardigheid.

Infanteristen vervullen niet alleen een fysieke rol op het slagveld, maar ook een cruciale functie binnen informatie- en communicatieoperaties.

 

Ze zorgen voor veilige en betrouwbare tactische verbindingen en dragen bij aan lokale informatiecampagnes. Interactie met de bevolking, media en psychologische operaties moet zorgvuldig worden beheerd, waarbij eigen informatie beschermd blijft en tactisch gedrag bijdraagt aan beeldvorming en publieke perceptie.

Tegelijkertijd zijn militairen zelf kwetsbaar voor desinformatie. Kennis van hoe eigen acties, berichten of digitale aanwezigheid kunnen worden geïnterpreteerd of gemanipuleerd is essentieel voor operationele veiligheid.

Succes hangt af van samenwerking op alle niveaus: acties van individuele soldaten moeten worden afgestemd met staf, communicatiespecialisten en cybercommandanten om tactische, operationele en strategische doelen effectief te realiseren.

Hybride conflicten tonen hoe essentieel deze geïntegreerde aanpak is.

Waar gevechtsoperaties, cyberaanvallen en informatieoorlog samenkomen, blijft de infanterie de tastbare schakel op het slagveld, terwijl de strategische communicatie het verhaal bepaalt dat media, publieke opinie en internationale steunbeïnvloedt.

Een concreet voorbeeld is het Israël–Gaza-conflict, waarin zowel Israëlische als Palestijnse actoren via platforms zoals X (voorheen Twitter), Telegram en TikTok direct beelden van raketaanvallen, vernielingen en humanitaire slachtoffers verspreiden.

Deze berichten worden vaak voorzien van strategisch gekozen teksten en hashtags om internationale steun te winnen en tegenstanders te desaccrediteren.

Tegelijkertijd vinden digitale aanvallen plaats, zoals het hacken van websites of het platleggen van nieuwsplatforms, om het eigen narratief te versterken en de tegenstander te ontregelen.

 

Digitale dreigingen op patrouille: een les uit Oekraïne

Een goed voorbeeld hiervan is een infanterie-eenheid van de Oekraïense 54e Gemechaniseerde Brigade, die haar uitvalsbasis verliet voor een reguliere verkenningspatrouille. Binnen het uur liep de operatie volledig uit de hand.

Eerst vielen de radio’s uit; communicatie met het hoger commando was onmogelijk.

Kort daarna vertoonde de GPS sprongen in coördinaten en gaf het digitale kaartdisplay routes aan die niet overeenkwamen met het terrein.

Tegelijkertijd verschenen op persoonlijke apparaten van manschappen schijnbaar legitieme bevelen van het bataljon, inclusief correcte tijdstempels.

Vertrouwend op de systemen volgde de patrouille de aangegeven route en liep zo in een hinderlaag. De drones en sensoren die normaal realtime informatie leverden, vertoonden corrupte beelden.

Doelen waren niet meer betrouwbaar te identificeren.

Tegelijk lekte via een gecompromitteerd chataccountinformatie over patrouilleroutes en terugkeertijden naar lokale kanalen.

Persoonlijke foto’s en berichten werden uit context gehaald, verspreid en misbruikt.

Ook logistieke systemen waren getroffen: bevoorrading kwam niet aan, verkeerde afleveradressen werden doorgegeven, waardoor essentiële zaken zoals voeding, water en munitie ontbraken.

Onder druk schakelden de manschappen over op klassieke navigatie: kompas en kaart.

Ze stelden gecontroleerde berichten op richting lokale autoriteiten en beperkten hun digitale voetafdruk.

Pas na uren herstelden cyberteams de communicatie en systemen gedeeltelijk.

Het incident illustreert scherp dat moderne patrouilles niet alleen tegen fysieke tegenstanders opereren, maar ook tegen digitale aanvallen. GPS-manipulatie, radiojamming, vervalste comms en desinformatie kunnen in korte tijd een missie ondermijnen en levens in gevaar brengen.

De lessen zijn duidelijk: digitale weerbaarheid en redundante systemen zijn net zo essentieel als schietvaardigheid en fysieke fitheid.

Hieruit blijkt dat de sterke Russische cyberoperaties in Oekraïne niet beperkt zijn tot strategische infrastructuur of politieke doelwitten, maar treffen ook frontlinie-eenheden direct.

Ze combineren gevechtskracht met digitale effecten, waardoor patrouilles en tactische eenheden tegelijk tegen een fysieke én een digitale vijand door middel van foto’s die op sociale media werden geplaatst, kon de Oekraïense geheime dienst hun posities en gedetailleerde beelden van sommige verdedigingswerken identificeren en geolokaliseren.

De Russische soldaat Aleksey Lebedev plaatste op 12 oktober een bericht op het sociale media platform VKontakte.

Het Oekraïense militaire onderzoeksbureau Molfar merkte de locatie aan op Google Maps (inzet); een satellietversie van Google Maps is te zien in de onderste afbeelding.

tegenstander moeten opereren.

Dat maakt het op veel vlakken een geduchte tegenstander, zeker wanneer cyberoperaties worden gecombineerd met een hybride aanpak.

Maar die kracht is niet absoluut: elk land heeft zijn eigen sterke punten.

 

IT Army of Ukraine

Als we naar de Oekraïense zijde kijken zien we een andere succesvolle benadering van cyberwarefare. Sinds het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne woedt er niet alleen een strijd op het slagveld, maar ook een cyberoorlog.

Oekraïne beschikt over een sterke IT-sector met zo’n 300.000 specialisten.

Op oproep van de minister van Digitale Zaken sloten duizenden zich aan bij het zogeheten IT Army of Ukraine.

 Hackers uit deze groep wisten onder meer Russische tv-zenders te kapen voor anti- oorlogsboodschappen, databases van Russische bedrijven en overheden te hacken en duizenden bewakingscamera’s in bezet gebied en in Belarus te kraken.

Met speciaal ontwikkelde software analyseren zij livebeelden om militaire voertuigen te detecteren en verstrekken deze informatie aan het Oekraïense leger.

De Financial Times kon verschillende van hun beweringen verifiëren aan de hand van foto’s, video’s en logbestanden.

 

Inspelen op menselijke zwakheden

Een van hun meest succesvolle tactieken speelt in op menselijke zwakheden.

Bij Melitopol stuurden Russische soldaten via de chatdienst

Telegram foto’s van zichzelf naar ogenschijnlijk aantrekkelijke vrouwen in de buurt.

De profielen bleken echter nep en waren opgezet door Oekraïense IT-experts.

 “Ze willen bewijzen dat ze echte krijgers zijn,” aldus één van de hackers.

Aan de hand van de foto’s en hun onzichtbare metadata zoals gps-locatie en tijdstip konden de IT’ers nauwkeurige coördinaten achterhalen, die vervolgens met het Oekraïense leger werden gedeeld. Binnen enkele minuten volgde een HIMARS-aanval die zowel de commandopost als een groep hoge officieren, waaronder een generaal, uitschakelde.

 

Hoe online activiteiten operaties kunnen compromitteren

In Oekraïne werd dit pijnlijk duidelijk: Russische militairen publiceerden herhaaldelijk foto’s en berichten op sociale media en chatapps die hun exacte locaties, verplaatsingen en uitrusting onthulden.

Deze ogenschijnlijk onschuldige informatie werd snel door Oekraïense inlichtingenanalisten geanalyseerd. In meerdere gevallen leidde dit tot precisieaanvallen op eenheden en commandoposten, waarbij digitale sporen in combinatie met geavanceerde inlichtingen resulteerden in de volledige vernietiging hiervan.

Het is een harde les: in het informatiedomein kan één ondoordachte post of foto het verschil maken tussen veiligheid en totale kwetsbaarheid en totale vernietiging.

Het benadrukt hoe essentieel training in digitale weerbaarheid, cyberbewustzijn en verantwoord gebruik van onlinecommunicatie is voor iedere militair, van soldaat tot de hoogste commandant.

Dat onschuldig ogende onlinebeelden gevaarlijkkunnen zijn, bleek ook op de Krim.

Daar filmde een Russische toerist een luchtafweersysteem in actie en plaatste de beelden op sociale media. Hij werd opgepakt en moest, ontbloot van bovenkleding, in een video publiekelijk zijn excuses aanbieden.

Een ander voorbeeld is de vernietiging van een geheim hoofdkwartier van de Wagnergroep in Loehansk nadat een Russische journalist een foto op Telegram plaatste.

Op deze foto was de straatnaam zichtbaar, wat leidde tot de ontdekking en vernietiging van het Wagner hoofdkwartier.

 

Grenzen en dilemma’s

Het werken in het informatiedomein brengt ook nieuwe vragen met zich mee.

Hoever mag een eenheid gaan in het verzamelen van open bronnen of het actief beïnvloeden van een informatieomgeving?

Waar ligt de grens tussen strategische communicatie en propaganda?

En hoe bewaak je de privacy van burgers in een gebied waar ook online informatie een rol speelt? Deze dilemma’s vragen om duidelijke richtlijnen en continue ethische reflectie, zowel op beleidsniveau als bij de militair op de grond.

Het versterken van kennis vraagt een cultuuromslag.

Hoewel Nederland grote stappen zet, blijft investeren noodzakelijk.

Cyberdreigingen ontwikkelen zich razendsnel en vereisen voortdurende technologische vernieuwing.

Daarnaast is het kennisniveau binnen infanterie- eenheden nog niet overal gelijk.

Het vraagt een cultuuromslag: infanteristen zijn van oudsher getraind om direct te handelen, maar moeten nu ook leren de effecten van hun communicatie en online gedrag mee te wegen in hun beslissingen.

Opleiding en herhaling zijn daarom essentieel.

 

De infanterist van de toekomst

De richting is duidelijk: De infanterist van de toekomst combineert de rol van gevechtssoldaat en verkenner met die van wachter over het informatiedomein, fysiek, digitaal en mentaal weerbaar.

In een wereld waar een tweet soms meer impact heeft dan een kogel, is dat geen luxe maar een strategische noodzaak.

Op deze foto was de straatnaam zichtbaar, wat leidde tot de ontdekking en vernietiging van de schuilplaats.

Het hoofdkwartier van de Wagner Group in de oostelijke Oekraïense provincie Loehansk, vernietigd na blunder van Russische journalist Russische militairen trapten in de digitale val van ogenschijnlijk aantrekkelijke vrouwen, maar de profielen bleken nep en waren opgezet door Oekraïense IT-experts.

Roman Sergeyevich verontschuldigde zich voor het publiceren van beelden van Russische luchtafweer op de Krim.

(FW)