KVNRO - ledengedeelte website

0
0
0

07:27 18:17

Post RO 26: DE EERSTE SLAG BESLIST ALLES.

Post RO 26: DE EERSTE SLAG BESLIST ALLES.

post-ro-26-bewerkt

Russische strategie en het belang van de openingsfase.

Het huidige Russische militaire denken, zoals verankerd in officiële doctrines en herhaaldelijk zichtbaar in oefeningen en interventies, is gebouwd op snelheid, verrassing en de bereidheid om te escaleren.

Kernpunten zijn het ontregelen van commandostructuren, het combineren van conventionele en hybride middelen en het verwerven van terrein voordat bondgenoten effectief kunnen reageren.

 

Analyses van het Russische imperiale gedrag, het strategisch militair denken en de Russische militaire doctrine, ondersteund door signalen uit recente Zapad-oefeningen, wijzen in dezelfde richting.

De Zapad-series, grootschalige strategische oefeningen die regelmatig in het westelijk militair district worden gehouden, simuleren aanvallen op NAVO-grondgebied en demonstreren een indrukwekkend vermogen tot snelle mobilisatie, grootschalige inzet van raket- en artilleriemiddelen en de integratie van cyber- en elektronische oorlogsvoering.

Alle aanwijzingen duiden op een structurele voorbereiding op een conflict met de NAVO…

 

Aan de uiterste oostgrens van de NAVO, waar Estland grenst aan Rusland, staat de verdediging van bondgenootschappelijk grondgebied onder voortdurende druk.

Russische militaire doctrine en geopolitieke ambities tonen een consistent patroon van strategische en territoriale expansie.

Voor Estland en zijn partners in de Enhanced Forward Presence (eFP) is de vraag niet of Rusland ooit zal proberen de NAVO te testen, maar wanneer en hoe.

Binnen deze context vormt de samenwerking tussen de Estse 1e Infanteriebrigade, de Britse eFP-battlegroup, de Franse bijdrage en de Estonian Defence League (Eesti Kaitseliit) een cruciaal element van collectieve afschrikking en verdediging.

Hun gedeelde doel is helder: de eerste slag winnen, zodat een agressor geen kans krijgt om strategische belangrijk terrein te veroveren.

 

DE EERSTE SLAG BESLIST ALLES

Aan de oostgrens van de NAVO vormt de samenwerking tussen Estland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk het cruciale front dat Russische agressie moet afschrikken én het initiatief in eigen handen houdt.

het creëren van een fait accompli in de eerste dagen van een crisis.

Voor de Baltische staten betekent dit dat een conflict niet mag worden uitgevochten op basis van terugtrekking en latere herovering.

Forward defence – het onmiddellijk bestrijden van een vijand aan de grens – is daarom de ruggengraat van Estlands veiligheidsbeleid.

Eenmaal ingenomen gebied terugwinnen is militair en politiek een bijna onmogelijke opgave, zeker in gebieden zoals Narva, waar de bevolking grotendeels Russischtalig is en civiele infrastructuur kwetsbaar is.

Estlands totale defensie: reservisten en burgerweerbaarheid.

Om deze doctrine te ondersteunen heeft Estland een Total Defence-model ontwikkeld, dat stoelt op een klein beroepsleger, een grote, goed getrainde reserve en een breed maatschappe-

lijk draagvlak. De 1e Infanteriebrigade, het zwaartepunt van de Estse landmacht, is hiervan het schoolvoorbeeld. Maar liefst 90 procent van deze brigade bestaat uit reservisten die hun dienstplicht hebben voltooid en periodiek worden opgeroepen voor herhalingsoefeningen.

In vredestijd beschikt de brigade over een compacte beroepskern voor training, planning en dagelijkse paraatheid. In crisistijd kan deze kern echter in korte tijd worden opgeschaald tot een aantal volledig gevechtsklare brigade van duizenden reservisten.

Zij brengen niet alleen numerieke sterkte, maar ook lokale terreinervaring, kennis van infrastructuur en een sterke maatschappelijke inbedding mee.

Deze combinatie maakt het mogelijk dat Estland, ondanks zijn kleine bevolking, een strijdmacht kan mobiliseren die qua omvang en kwaliteit overtuigend is.

De brigade omvat gevechtseenheden, ondersteunende bataljons, genie-eenheden, artillerie-eenheden en logistiek, voor het grote deel bemand door reservisten.

 

Een onmisbare schakel in dit systeem is de Estonian Defence League (Eesti Kaitseliit), een vrijwillige paramilitaire organisatie met wortels in de onafhankelijkheidsstrijd van 1918.

De Defence League bestaat uit tienduizenden burgers die in hun vrije tijd militaire training volgen en in geval van crisis direct kunnen worden ingezet voor bewaking, ondersteuning of gevechtstaken.

Deze organisatie vergroot de mobilisatiecapaciteit en versterkt de weerbaarheid van de samenleving als geheel.

Door de nauwe samenwerking met de 1e Infanteriebrigade fungeert de Defence League als een verbindende kracht tussen de reguliere krijgsmacht, de reservisten en de burgerbevolking, waardoor de Total Defence-gedachte daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

De reservisten én de Defence League zijn daarmee de ruggengraat van de Estse verdediging.

Zonder hun massale inzet zou de aanwezigheid van buitenlandse troepen – hoe modern en capabel ook – grotendeels symbolisch blijven.

Met hen beschikt Estland over een geloofwaardige capaciteit om langdurig weerstand te bieden en een tegenaanval te ondersteunen.

 

Britse speerpunt

Sinds 2017 levert het Verenigd Koninkrijk in Estland de leidende bijdrage aan de NAVO eFP-battlegroup.

Deze permanent gestationeerde gevechtsgroep opereert vanuit Tapa en is volledig geïntegreerd in de Estse bevelsstructuren.

Het VK brengt niet alleen manschappen, maar ook modern materieel in, zoals Challenger-3 tanks, Ajax- en Boxer-pantservoertuigen en Archer-zelfrijdende houwitsers. Daarnaast levert het Britse leger stafcapaciteit op hoog niveau, waardoor de gezamenlijke commandovoering wordt versterkt.

De Britse aanwezigheid fungeert als voorste speerpunt van de NAVO-afschrikking:

een zichtbaar en onmiddellijk inzetbaar pantserbataljon dat in staat is om bij een aanval de eerste klap op te vangen en terug te slaan.

De integratie met Estse reservisten en Defence League-eenheden zorgt voor lokale kennis, flexibele mobilisatie en een snelle overgang van vredes- naar oorlogssituatie.

De Britten vormen de robuuste voorhoede, terwijl Estse krachten de diepte en het uithoudingsvermogen leveren.

 

De Franse bijdrage: Mission Lynx

Naast het Britse contingent levert ook Frankrijk een substantiële bijdrage aan de verdediging van Estland.

Onder de codenaam Mission Lynx roteert Frankrijk sinds 2017 regelmatig een versterkt bataljon naar Estland, dat binnen de Britse battlegroup opereert.

De Franse component omvat doorgaans ongeveer 300 tot 350 militairen en een breed scala aan modern materieel, samengebracht in een Sous-Groupement Tactique Interarmes (SGTIA) – een gecombineerde gevechtsgroep die Infanterie, Cavalerie, Artillerie en Genie-eenheden in één tactisch verband integreert. De SGTIA is uitgerust met Griffon VBMR-pantservoertuigen, die bescherming en mobiliteit combineren met geavanceerde communicatiesystemen voor naadloze coördinatie met Estse en Britse eenheden.

Voor verkenning en directe vuursteun worden AMX-10 RC-voertuigen ingezet, bewapend met een 105 mm-kanon dat zowel observatie als doelgerichte vuursteun mogelijk maakt. Lichtere VAB- en VBL-pantservoertuigen zorgen voor snelheid en wendbaarheid, essentieel voor patrouilles en snelle manoeuvres in het gevarieerde Baltische terrein.

Wanneer de rotatie het toelaat, wordt deze slagkracht versterkt door CAESAR 155 mm zelfrijdende houwitsers, die precisievuur op middellange afstand leveren en zo een cruciale artilleriecapaciteit toevoegen.

De Franse Genie levert bovendien gespecialiseerde middelen voor het aanleggen van verdedigingswerken en het snel versterken van posities, waardoor de multinationale battlegroup niet alleen offensief kan opereren maar ook duurzame verdedigingslinies kan opbouwen.

Deze uitgebalanceerde mix van mobiliteit, vuurkracht en technische ondersteuning maakt de Franse bijdrage tot een onmisbare schakel in de gezamenlijke NAVO-afschrikking in Estland.

De Franse troepen oefenen intensief onder Baltische omstandigheden, variërend van winterse kou en bevroren terrein tot stedelijke gevechtsscenario’s en elektronische oorlogsvoering.

Hun aanwezigheid vergroot niet alleen de vuurkracht, maar ook de tactische veelzijdigheid van de eFP.

 

Interoperabiliteit en commandovoering

Een gezamenlijke verdediging vraagt meer dan alleen mankracht en materieel.

De effectiviteit hangt af van geïntegreerde command-and-control structuren die bestand zijn tegen vijandelijke verstoring.

Daarom oefenen Esten, Britten en Fransen intensief op het terrein dat militairen ironisch ‘the graveyard of the command post’ noemen: een omgeving waarin commandoposten doelbewust worden blootgesteld aan cyberaanvallen, elektronische verstoring en gesimuleerd vijandelijk vuur. Deze gezamenlijke oefeningen hebben een dubbel doel.

Enerzijds testen zij de robuustheid van communicatie en bevelvoering onder oorlogsomstandigheden. Anderzijds versterken zij de onderlinge interoperabiliteit, zodat Britse tanks, Franse verkenningsvoertuigen, Estse reservisten en Defence League-eenheden als één geïntegreerde gevechtsmacht kunnen optreden.

 

Strategische waarde van multilaterale aanwezigheid

De aanwezigheid van zowel het Verenigd Koninkrijk als Frankrijk in Estland levert een krachtig signaal aan Moskou: een aanval op Estland is een aanval op meerdere kernlanden van de NAVO.

Dit gedeelde risico vergroot de afschrikkingswaarde aanzienlijk.

De combinatie van Estse reservisten, de Estonian Defence League, Britse pantsercapaciteit en Franse mobiliteit maakt het mogelijk om in de eerste uren van een conflict niet alleen weerstand te bieden, maar ook het initiatief te behouden.

De Franse deelname biedt bovendien politieke meerwaarde.

Door zijn troepen regelmatig te rouleren, onderstreept Parijs dat de verdediging van de Baltische staten geen exclusieve verantwoordelijkheid van de oostelijke lidstaten is, maar een collectieve plicht.

Daarmee versterkt Frankrijk zowel de militaire als de diplomatieke geloofwaardigheid van de NAVO.

 

Conclusie: de logica van de eerste slag

De verdediging van Estland is geen abstractie maar een harde strategische noodzaak. Russische doctrine, het Kremlin en recente Zapad-oefeningen tonen dat het openingsgevecht beslissend is: wie de eerste slag wint, bepaalt het vervolg.

Estlands Total Defence-model, met goed getrainde reservisten en een breed maatschappelijk draagvlak, vormt het fundament. Britse pantser-

kracht en Franse mobiliteit voegen vuurkracht en flexibiliteit toe, waardoor een geïntegreerde gevechtsmacht ontstaat die kan afschrikken én direct vechten.

In dat vermogen – om de eerste slag te weerstaan én te beantwoorden – ligt niet alleen Estlands verdediging, maar de geloofwaardigheid van de Europese afschrikking zelf.

(FW)